Hydrolex
Advocatenvennootschap

 
Waterkrachtstraat 6, 1210 Brussel

Tel : 32 (0) 2 211 08 50
Fax : 32 (0) 2 218 06 72

 

Practische Informatie
 

 

De procedure in 15 lijnen.

 

De behandeling van de zaak.

Bij het begin van de procedure wordt de verweerder opgeroepen om te verschijnen op de inleidingszitting. Deze oproeping gebeurt via de gerechtsdeurwaarder door middel van een dagvaarding of per gerechtsbrief uitgaande van de griffie van de rechtbank die via aangetekend schrijven wordt verstuurd.

De inleidingszitting.

Op de inleidingszitting zal de zaak onderzocht en behandeld worden in slechts drie gevallen :

1. de verwerende partij is afwezig en laat verstek.
2. de verwerende partij is aanwezig of wordt ter zitting door een raadsman vertegenwoordigd en de vordering wordt niet betwist.
3. de verweerder is aanwezig of wordt ter zitting door een raadsman vertegenwoordigd en betwist de vordering geheel of gedeeltelijk maar de betwisting is van die aard dat zij slechts korte debatten vereist.


De uitwisseling van besluiten.

In alle andere gevallen zal de vordering naar de rol worden verzonden (t.t.z. voor onbepaalde tijd worden uitgesteld) opdat de bundels met stukken en de besluiten tussen de raadslieden van partijen kunnen worden uitgewisseld.
Overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek beschikt de verweerder over 1 maand om zijn besluiten mee te delen. De eiser beschikt vervolgens over 1 maand om zijn besluiten mee te delen waarna de verwerende partij over een bijkomende termijn beschikt van 15 dagen om zijn aanvullende besluiten mee te delen.
De besluiten van partijen moeten een inventaris bevatten van de bewijsstukken (contracten, brieven, faxen, facturen, getuigschriften, foto's, …). Alle stukken dienen te worden meegedeeld aan de tegenpartij vooraleer ze aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Het juridisch debat is tegensprekelijk hetgeen betekent dat geen enkel bewijsstuk mag worden aangewend dat niet eerder aan de tegenpartij werd overgemaakt of niet wordt vermeld in de inventaris met de stukken.

De pleidooien.

Als de zaak "in staat is", t.t.z. als de besluiten tussen partijen werden uitgewisseld en ter griffie werden neergelegd dan vraagt de meest gerede partij (in principe is dit de eiser) aan de griffie om een datum te bepalen waarop de zaak zal kunnen gepleit worden. Deze datum zal worden vastgelegd in functie van de beschikbaarheid en de agenda van de rechtbank (een wachttijd van enkele maanden is onvermijdelijk voor de Vredegerechten, de Rechtbanken van eerste aanleg of de Rechtbanken van Koophandel …. dit uitstel kan soms oplopen tot 4 jaar voor het Hof van Beroep te Brussel !) Op de voor de pleidooien vastgestelde datum luistert de rechtbank naar de argumenten naar voren gebracht door de partijen (eerst pleit de raadsman van de eiser, vervolgens die van de verweerder). Na de pleidooien worden de bundels met stukken door partijen neergelegd.


Het vonnis.

Na de pleidooien en het neerleggen van de bundels wordt de zaak door de rechtbank in beraad genomen. Overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek beschikt de rechtbank over 1 maand om een vonnis uit te spreken. In principe kan men in hoger beroep gaan tegen een vonnis dat in eerste aanleg werd genomen. Het beroep brengt wel niet altijd mee dat de uitvoering van het vonnis waartegen in beroep wordt gegaan wordt opgeheven.